Stelling: Vrouwen maken net zoveel kans om hoogleraar te worden als mannen

Vandaag werd bekend dat minister Bussemaker eist dat er dit jaar 100 vrouwelijke hoogleraren extra worden benoemd. Nu is 17 procent van de hoogleraren in Nederland vrouw (750 op de 4.500). In een brief aan de Tweede Kamer benadrukt ze dat Nederland internationaal tot de achterhoede hoort en dat terwijl meer dan de helft van de studenten in Nederland vrouw is. Goed nieuws voor Ingrid Robeyns, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Utrecht. Wij vroegen haar om een reactie op bovenstaande stelling:

 

Ingrid Robeyns
Hoogleraar Filosofie 

‘Net als alle andere mensen, hebben wetenschappers last van onbewuste vooroordelen. Daardoor geven we betere beoordelingen aan een mannelijke wetenschapper dan aan een even competente vrouwelijke wetenschapper, wat gevolgen heeft voor hun loopbaan. Dit is niet bewust of intentioneel: iedereen heeft hier last van – ook vrouwen zelf!
Daarnaast hebben vrouwen minder steun van spontane mentoren, want oudere mannen hebben veel vaker de neiging om jongere mannen te steunen. Ook hebben heteroseksuele vrouwen te kampen met het feit dat er maar weinig mannen écht bereid zijn gezinstaken eerlijk te verdelen, of om hun carrière ondergeschikt te maken aan die van hun vrouw.
Tel al deze factoren op, en het wordt al snel duidelijk dat voor vrouwen de weg naar het hoogleraarschap met meer hindernissen gepaard gaat dan voor mannen. De veel te trage toename van het percentage vrouwelijke hoogleraren is dan ook een goede reden om radicale maatregelen te nemen zoals extra hoogleraarschappen creëren die enkel open staan voor vrouwen.’