Auteur: Maaike Korpershoek

Stelling: Vrouwen maken net zoveel kans om hoogleraar te worden als mannen

Vandaag werd bekend dat minister Bussemaker eist dat er dit jaar 100 vrouwelijke hoogleraren extra worden benoemd. Nu is 17 procent van de hoogleraren in Nederland vrouw (750 op de 4.500). In een brief aan de Tweede Kamer benadrukt ze dat Nederland internationaal tot de achterhoede hoort en dat terwijl meer dan de helft van de studenten in Nederland vrouw is. Goed nieuws voor Ingrid Robeyns, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Utrecht. Wij vroegen haar om een reactie op bovenstaande stelling:

 

Ingrid Robeyns
Hoogleraar Filosofie 

‘Net als alle andere mensen, hebben wetenschappers last van onbewuste vooroordelen. Daardoor geven we betere beoordelingen aan een mannelijke wetenschapper dan aan een even competente vrouwelijke wetenschapper, wat gevolgen heeft voor hun loopbaan. Dit is niet bewust of intentioneel: iedereen heeft hier last van – ook vrouwen zelf!
Daarnaast hebben vrouwen minder steun van spontane mentoren, want oudere mannen hebben veel vaker de neiging om jongere mannen te steunen. Ook hebben heteroseksuele vrouwen te kampen met het feit dat er maar weinig mannen écht bereid zijn gezinstaken eerlijk te verdelen, of om hun carrière ondergeschikt te maken aan die van hun vrouw.
Tel al deze factoren op, en het wordt al snel duidelijk dat voor vrouwen de weg naar het hoogleraarschap met meer hindernissen gepaard gaat dan voor mannen. De veel te trage toename van het percentage vrouwelijke hoogleraren is dan ook een goede reden om radicale maatregelen te nemen zoals extra hoogleraarschappen creëren die enkel open staan voor vrouwen.’ 

Stelling: Stiekem zijn we allemaal seksist

Frank Meester
Schrijver en filosoof 

‘Een paar jaar geleden vertelde mijn vrouw dat ze zojuist achter een moeder had gefietst. Naast die moeder fietste een kindje. Ze kon de twee niet inhalen doordat het kindje nogal aan het slingeren was. Die moeder lette niet op haar kind. Ze liet het daar maar naast zich slingeren. Mijn vrouw vond het gevaarlijk en maakte zich er kwaad over. Toen het fietspad wat breder werd, kon ze de twee eindelijk passeren. Nu viel haar op dat de moeder geen moeder was, maar vermoedelijk de vader, het was namelijk een man met lang haar waardoor hij vanachter meer op een vrouw leek. Ze vergaf hem onmiddellijk zijn onoplettendheid. Bij een vader is dat juist leuk. Van hem wordt verwacht dat hij 'spannende' dingen doet met z'n kinderen. Tegelijkertijd schrok mijn vrouw van haar eigen vooroordelen over mannen en vrouwen.
Dat ik zelf een seksist ben – hoewel ik mijn best doe om het niet te zijn – dat wist ik wel, maar dat mijn vrouw het ook is, was nog niet tot me doorgedrongen. Maar zo gek is het natuurlijk niet. Ik vrees inderdaad dat we allemaal seksist zijn.’ 

Stelling: Vrouwen zijn beter in het schrijven van fictie dan in het schrijven van non-fictie

Jannah Loontjens
schrijver, dichter en filosoof

jannahloontjens.jpg

‘Vrouwen zouden vooral over intieme zaken schrijven en mannen over grote, wereldse zaken: deze klassieke tegenstelling stamt uit de tijd waarin vrouwen voornamelijk thuis waren en mannen buitenshuis beroepen uitoefenden. Mannen zouden daarom meer te vertellen hebben over wereldse zaken, terwijl vrouwen vooral verstand hadden van emoties en het gezinsleven – iets dat als een minderwaardig onderwerp beschouwd werd. Deze tegenstelling berust op een hardnekkig vooroordeel. Ondanks het feit dat de wereld veranderd is, en de rol van mannen en vrouwen ook, blijft dit vooroordeel bestaan. Het idee dat vrouwen meer schrijven over emoties en mannen over ‘grotere’ onderwerpen is natuurlijk enorm achterhaald. Dit vooroordeel spiegelt zich in het idee dat vrouwen beter zouden zijn in fictie en mannen in non-fictie – fictie zou vooral gaan om emotie, en intimiteit waar non-fictie het wereldse benadrukt. Ik geloof absoluut niet dat je zo’n algemene stelling kunt verdedigen.’


Erno Eskens
ISVW uitgevers

‘In de tijd dat vrouwen nog de toegang tot de universiteit werd ontzegd, maakte de Utrechtse alma mater een uitzondering voor Anna Maria van Schuurman (1607–1678). Ze promoveerde in 1641 op een proefschrift met een veelzeggende titel: Verhandeling over de aanleg van vrouwen voor wetenschap. Er was volgens haar geen enkele reden waarom vrouwen geen onderzoek zouden kunnen doen. Ook vrouwen kunnen non-fictie schrijven. Ze staafde dit door zelf zeven talen te beheersen, onderzoek te doen en prachtig proza te schrijven. De gedachte dat vrouwen, zoals Constantijn Huygens zei, ‘ezeltjes’ zijn is daarmee wat mij betreft definitief ontkracht. Inmiddels vormen vrouwen het grootste deel van de studentenpopulatie en zijn ze ook in de journalistiek goed vertegenwoordigd. Natuurlijk zwaaien mannen nogal eens de scepter in het land der letteren. Maar de tijden veranderen. Er komen steeds meer vrouwelijke non-fictieschrijvers en er zijn ook steeds meer vrouwelijke uitgevers. Ik kan dit alleen maar toejuichen. Laten we talent een kans geven.’

Stelling: Vrouwen maken minder kans op publicatie dan mannen

NIELS CORNELISSEN
UITGEVER BIJ BOOM UITGEVERS

nielscornelissen.jpg

‘Het is een gegeven dat – in de categorie filosofie – ongeveer 80% van de ingediende manuscripten  geschreven is door mannen. Statistisch gezien maken vrouwen dus inderdaad minder kans om gepubliceerd te worden. Als ik een manuscript beoordeel, let ik echter op de kwaliteit: of dit boek door een man of een vrouw geschreven is, is voor mij onbelangrijk. Het zou voor de diversiteit helpen wanneer meer vrouwen manuscripten zouden indienen. Hiermee wordt de kans dat er iets goeds tussen zit dat daadwerkelijk gepubliceerd wordt automatisch vergroot. 
Wanneer je als auteur eenmaal gebonden bent aan een uitgever heb je een voordeel: ik geef graag meerdere boeken van een bepaalde auteur uit. Je weet dan wat je aan deze persoon hebt en je kunt er op vertrouwen dat de samenwerking goed is. 
Als uitgever probeer ik een juiste afbeelding van de maatschappij weer te geven. Ik publiceer niet slechts vanuit één perspectief. Daarom is het van belang dat ook vrouwelijke auteurs vertegenwoordigd worden. Ik onderschrijf een opkomst van meer vrouwelijke auteurs dan ook graag.’


Leonie Breebaart
Redacteur filosofie Trouw

leoniebreebaart.jpeg

‘Als het zo is dat vrouwen minder schrijven of minder publiceren dan mannen, wiens schuld is dat dan? Hun eigen schuld? Moeten ze gewoon ‘beter hun best doen’? Of is het de schuld van uitgevers of kranten die hen de ruimte misgunnen? Het ligt denk ik iets ingewikkelder, namelijk bij de rol die vrouwen eeuwenlang toebedeeld hebben gekregen en die ze zelf ook niet zo makkelijk afschudden: die van dienstbaarheid. Die houding moeten vrouwen die willen schrijven en publiceren afschudden. Want wie wil schrijven, moet zich durven afzonderen – voor vrienden, moeders, minnaars, kinderen. En wie wil publiceren moet durven concurreren met al die andere mannen en vrouwen die hun schrijfsels ook gedrukt willen zien. Dat lukt alleen als je het vermogen dienstbaar te zijn inzet voor je eigen werk, dat je je eigen werk serieus neemt. Vrouwen durven dat soms niet, omdat ze liever iemand naar voren schuiven ‘die het beter kan’. Daar moeten ze mee ophouden.’