#Ikschrijf goes Unesco Parijs

unesco
 
 

#Ikschrijf trekt ook internationaal de aandacht! Op 18 november vertelden Lianne Tijhaar en Nele Goutier over onze beweging tijdens Unesco's Night of Philosophy in Parijs. Dat ging ongeveer zo. 

'Vannacht gaan we het hebben over de vraag: waarom zouden we ons druk moeten maken om diversiteit in de filosofie en het publieke debat? Ik zal er maar meteen bij zeggen dat wij die vraag niet voor jullie gaan beantwoorden. Wat filosofen graag doen, is dingen nog nét een beetje ingewikkelder maken en je er dan zelf over na laten denken. Dat is precies wat wij hier vanavond gaan doen. 

Ik wil graag beginnen met een raadsel. Een vader en zijn zoon krijgen een ernstig auto-ongeluk, waarbij de vader om het leven komt. De zoon wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Op het moment dat hij de operatiekamer in wordt gereden, roept de chirurg uit: 'Ik kan hem niet opereren. Die jongen is mijn zoon!'

Wacht even. Hoe kan dat? Wat is hier aan de hand? 

Als deze vraag je gesteld wordt tijdens een college over feminisme, is het antwoord niet zo moeilijk waarschijnlijk. De chirurg was een vrouw, en dus de moeder van de gewonde jongen. Hoewel dat vrij voor de hand liggend lijkt misschien, is uit onderzoek gebleken dat maar heel weinig mensen op dit antwoord komen als het raadsel hen in een neutrale context wordt voorgelegd.

Mikaela Wapman en Deborah Belle, twee psychologen  van the Boston University, stelden de vraag aan twee groepen onderzoekssubjecten - één bestaande uit 197 psychologiestudenten en de ander bestaande uit 103 kinderen tussen tussen de 7 en 17 jaar. Wat bleek? In beide groepen zeiden opvallend weinig deelnemers dat moeder de chirurg was: respectievelijk 14 en 15%. Zelfs kinderen en studenten wier moeder werkte of zelfs dokter was, worstelden met de vraag. Deelnemers die zichzelf als feminist beschouwen, deden het iets beter, maar ook in deze groep wist 78% het antwoord niet. 

De resultaten waren niet anders in de omgekeerde versie van het verhaal, waarin een moeder en dochter samen in de auto zitten, de moeder overlijdt in een ongeluk, terwijl de dochter wordt afgevoerd naar het ziekenhuis, waar iemand van de verpleging uitroept: 'Ik kan deze patiënt niet verzorgen, het is mijn dochter!' Even weinig mensen bedachten dat het hier om de vader van het meisje gaat - een mannelijke verpleger dus. 

Ik geef toe: ik wist het antwoord zelf ook niet meteen. Ik dacht in eerste instantie dat de jongen uit het eerste raadsel twee vaders had. En ik beschouw mezelf als feminist! Dat was pijnlijk. In my defense: ik hoorde het raadsel niet tijdens een speech over feminisme, zoals jullie. 

Ik denk dat ik voor ons allemaal spreek als ik zeg dat ik ervan overtuigd ben dat vrouwen even goede artsen kunnen zijn als mannen, en dat mannen even goede verplegers kunnen zijn als vrouwen. Rationeel ben ik daarvan overtuigd. Maar wat het raadsel blootlegt is niet rationeel. Het is wat we noemen een implicit bias. Dit zijn stereotyperingen waar je niet bewust over nadenkt en die je niet bewust kunt uitspreken - zoals het geval is bij de explicit bias. De implicit bias wordt gevormd buiten ons bewustzijn en dus buiten onze controle. 

Het is deze impliciete bias die ervoor zorgt dat we zeggen dat mannen en vrouwen even goede dokters kunnen zijn, terwijl we het beroep van arts onbewust toch eerder associëren met mannen. En omdat dit soort impliciete bias op onderbewust niveau gevormd wordt, is het één van de meest hardnekkige problemen waar feministen tegenaan lopen. 

Maar genderongelijkheid vindt ook op heel expliciet niveau plaats. Laten we even kijken naar een aantal statistieken die het Nederlandse publieke debat beschrijven. 

* 65% van de journalistiek studenten is vrouw, terwijl maar 35% van de werkende journalisten dat is. Dit is de afgelopen tien jaar niet veranderd. 
* Slechts 25% van de gasten in talkshow is vrouw
* en maar 8% van de editors-in-chief

Met de filosofie is het niet veel beter gesteld. In 2015 werden 64 filosofieboeken gepubliceerd. Raad eens hoeveel daarvan geschreven waren door een vrouw? Zes! Nog geen tien procent. 

Dat is opmerkelijk, want 54% van de afgestudeerden aan de universiteit is vrouw. Een gebrek aan kennis of expertise kan het dus niet zijn. Waarom horen we zo weinig van al die hoogopgeleide vrouwen?

Op zoek naar een antwoord op die vraag, besloten we een paar van de belangrijkste uitgevers van het land te benaderen. Hun reactie: biased zijn ze niet - althans niet expliciet. Een manuscript van een vrouw wordt gelezen met even veel aandacht, vertrouwen en enthousiasme als een manuscript geschreven door een man. Maar in veel gevallen leunen de uitgevers niet achterover, hopend dat iemand ze een manuscript toestuurt. In plaats daarvan gaan ze actief op zoek en benaderen schrijvers waarmee ze eerder hebben samengewerkt - een blanke man, in de meeste gevallen. 

We kunnen hierover blijven praten, maar daarmee veranderen we weinig. Als we meer vrouwen willen horen in de filosofie en in het publieke debat, als we een alternatief willen voor het old boys network, dan moeten we daarvoor zorgen. Zo komt het dat we een essaywedstrijd begonnen zijn om nieuw talent te ontdekken en aan te moedigen. We stellen hen voor aan een aantal van de meest vooraanstaande uitgevers en media van het land. 

Maar tijdens de organisatie van de wedstrijd liepen we al gauw tegen een aantal filosofische vraagstukken aan. We weten nu wel dat er meer mannen dan vrouwen zijn die filosofische boeken schrijven en dat vrouwen ondergerepresenteerd zijn in het publieke debat. Maar de vraag blijft: waarom zou dat uitmaken?'

Meer daarover in onze volgende blog. Stay tuned.